Tagarchief: Biënnale van Venetië

La Serenissima


Hierbij nog weer een van mijn serie speciale zomerblogs. ’t Is ten slotte augustus en nog steeds vakantie dus een versnellinkje lager mag best. Gewoon wat makkelijker. Één foto erin van een schilderij van mij met een daarop geïnspireerde tekst. Een praatje bij een plaatje zogezegd.

Toos van Holstein, Nebbia a Venezia, olieverf 65-45 cm

Vorige week schreef ik ’t nog. De stad, oud of modern, fascineert me altijd. Maar als er één oude stad is waarvoor dat geldt, is ’t wel Venetië. Een week Venetië is voor mij altijd een feest. En dat gebeurt meestal in de oneven jaren. Als de wereldberoemde kunstbiënnale daar weer bezit neemt van het bijbehorende expositieterrein, van het oude industriële Arsenale en van allerlei palazzi. Volgend jaar ben ik dus wel weer van de partij. Maar eens kijken of het er opnieuw drukker is geworden met al die horden toeristen die de stad het hele jaar lang overstromen. Want de stad zelf mag dan af en toe te lijden hebben van de aqua alta, de te hoge waterstand waarbij het water bezit neemt van bepaalde pleinen en straten, de toeristengolven spoelen er het hele jaar doorheen. Maar dan vooral in de Venetiaanse Kalverstraat, de wirwar van aan elkaar geschakelde straten en straatjes die het treinstation via de Ponte di Rialto verbindt met het Piazza San Marco. Want daar moeten en zullen alle dagtoeristen natuurlijk heen. Gelukkig, zou ik bijna zeggen! Want daardoor zijn er ook nog grote delen in de stad waar het veel rustiger is. Daar verkeer ik dan ook het liefst. Daar komen die eeuwenoude sfeer en schoonheid van La Serenissima nog steeds heel goed tot hun recht. Dan voelt ’t nog steeds als een voorrecht in die stad te kunnen ronddwalen en verdwalen en te genieten van al het moois dat de mens daar aan architectuur heeft gecreëerd. En loop je een kerk binnen, dan sta je eigenlijk altijd gelijk oog in oog met de prachtigste kunst van oude Italiaanse meesters. Echt genieten.

Dat is het ook als de dagtoeristen zijn verdwenen en de nacht over Venetië valt. Pure, feeërieke schoonheid. Net zoals bij de af en toe binnenvallende nevel. Vandaar bovenstaand schilderij Nebbia a Venezia. Mist in Venetië. Tot volgende week.

TOOS 

Advertenties

Over de godfather van de Nederlandse kunstTV


in het Stedelijk Museum Schiedam

Nog net op de valreep kon ik een poosje geleden in Schiedam herinneringen van heel lang geleden verenigen met het heden. Herinneringen aan lange, fladderende armen en handen met heel bewegelijke en trillende vingers. Voor ’t eerst live waargenomen toen ik als 17-jarige student  rondstapte op de academie in Tilburg. Van de lessen kunstbeschouwing die via die armen en handen tot me kwamen, weet ik eerlijk gezegd niet veel meer. Maar wat wil je ook: zeventien, vrijheid, de academie! Dan zijn er wel andere zaken die je leven op dat moment bepalen. Maar dat ze toebehoorden aan Pierre Janssen die toen directeur was van de academie in Rotterdam, dat weet ik natuurlijk nog wel.

Want wie uit die jaren 60 en 70 zou nou niet weten wie Pierre Janssen (1926-2007) was. Vraag ’t maar. ‘Pierre Janssen? Oh ja, natuurlijk! Wat was die man goed, hè!’. De man dus die met zijn tv-programma ‘Kunstgrepen’ in die jaren op zondagavond met gemak een paar miljoen kijkers trok. Simpelweg door heel enthousiast op een unieke manier over kunst te vertellen.

de opnamestudio van Kunstgrepen

Oké, er waren natuurlijk nog maar twee landelijke tv-zenders in die tijd, de commerciëlen moesten nog heel lang op hun verwekking wachten . Maar toch! Meer dan honderd uitzendingen in de periode van 1959 tot 1972 over kunst. Met kijkers die hij, zoals dat heet, aan de buis gekluisterd hield. Dan ben je een verhalend natuurtalent, een mediafenomeen, een geweldige kunstverteller.

nagebouwde studio bij de expositie in Schiedam

Nu in 2017, tien jaar na zijn dood, zijn er twee exposities aan hem gewijd. In Museum Arnhem waar hij jarenlang directeur was  en in het Stedelijk Museum Schiedam waar hij zijn bestuurlijke kunstcarrière startte als conservator en inbrenger van allerlei nieuwe, originele ideeën. Ideeën om publiek aan te zuigen en ook de plaatselijke bevolking veel meer bij ‘hun’ museum te betrekken. De expositie in Schiedam kon ik dus gelukkig nog net op de valreep bekijken. Zie hieronder een video erover https://youtu.be/tdrcx9ml-cU . Die in Arnhem loopt nog tot half oktober.

Natuurlijk zijn er nu ook goeie kunstprogramma’s op tv. Jeroen Krabbé, niet alleen acteur maar ook beeldend kunstenaar, ging op reis om in twee documentaireseries enthousiast te vertellen over, eerst, Van Gogh en daarna Picasso. En een ander lid van de Krabbé-kunstdynastie, Jasper, is nu bezig met ‘Het geheim van de meester’. Het populaire ‘Tussen Kunst en Kitsch’ is al jaren niet van de tv weg te slaan. En ook ‘Kunstuur’ hebben we nog. Maar Pierre Janssen met dat lange, slungelachtige, magere lichaam en dito karakteristieke hoofd is nog nooit verslagen. Die zou, denk ik, ook vandaag de dag nog steeds heel veel mensen aan de buis kluisteren. Want ga maar na wat hij toen, zonder alle visuele hulpmiddelen van nu, als decor had. Een vrijwel kale ruimte met een tafel en een stoel. Nog wat verlichting, een kunstvoorwerp en vooral zichzelf als meesterverteller. Eigenlijk wel logisch dat hij de eerste gast was in het programma ‘Zomergasten’ van de VPRO toen dat in 1988 startte.

Van al die ‘Kunstgrepen’ is jammer genoeg maar heel weinig bewaard gebleven. Ik vond op YouTube nog een fragment van een paar minuten over de opgraving van het graf van Toetanchamon in de Vallei der Koningen in Egypte https://youtu.be/0mJtS8BGxr8  .

Want bewaren toen? Dat moest op film. En dat was duur. Dus dat deed men niet.

Overigens werd Pierre Janssen niet door iedereen op handen gedragen. Je had destijds ook de Stichting Openbaar Kunstbezit die o.a. via een tijdschrift, speciale afbeeldingen op papier, radio en later ook televisieprogramma’s de kunst educatief onder de mensen wilde brengen. Daar konden ze Pierre Janssen blijkbaar wel schieten. Hij was, met hun woorden, een conferencier, een handelsreiziger, een populistische goochelaar die de kunst te grabbel gooide en hij ontheiligde de kunst door die tot bezit van de straat te maken. Nou, geef mij dan voor nu maar snel nog een paar van die Pierre Janssen’s. Gewoon om zonder kunstklets en kunstkul maar met heel veel persoonlijk enthousiasme en grondige kennis niet alleen oude maar ook hedendaagse kunst tot bezit van de straat te maken.

Pierre janssen wist een grote hoeveelheid werk van Karel Appel voor het Schiedamse museum te verkrijgen

Want bij die hedendaagse kunst zit naast grote hoeveelheden gebakken lucht ook veel interessants. Ik heb dat de afgelopen dagen weer meegemaakt in Venetië bij de Biënnale daar. Heel veel kul, maar ook de nodige parels. Als die nieuwe ervaringen allemaal bezonken zijn, komt het resultaat over een poosje hier wel te voorschijn. Tot volgende week.

TOOS

Venetië, mijn Droomstad


Riva, olieverf 100 cm-90 cm
Riva, olieverf 100 cm-90 cm

Ik verkeer al een paar weken onder de internetradarhorizon en dat zal ook nog een paar weken zo blijven. Dat komt wel eens meer voor, dan ben ik er dus gewoon even niet. Maar trouwe lezers hebben ’t al gemerkt, ik laat ze niet in de steek. Hier dus nog weer zo’n van te voren klaar gezette aflevering. Iets korter en iets anders van karakter dan normaal. Dit keer over Venetië.

La dolce far niente, olieverf 100 cm-120 cm
La dolce far niente, olieverf 100 cm-120 cm

Bij mijn eerste bezoek aan La Serenissima, de meest serene,  was ik gelijk verliefd op die stad. En u, heel veel jaren later, is dat nog steeds zo. Elke keer als ik er terugkom zuig ik de stad weer opnieuw in me op, elke keer is weer fascinerend. Dit oneven jaar 2017 gaat dat ook weer gebeuren. Want in de oneven jaren is er altijd de Biënnale. Een kunstgebeurtenis die ik eigenlijk niet mag missen en die altijd een goed excuus is om weer naar Venetië te gaan. Om weer te kunnen zien hoe dicht schoonheid en verval bij elkaar liggen. Om weer te verdwalen in tegen het water doodlopende steegjes. Om ’s avonds te dwalen door de volkswijken als de horden dagjesmensen zijn verdwenen. Om ergens rond vijven op een terras plaats te nemen met een spritz in de hand. Aan een plein zonder auto’s en brommers want die heb je niet in Venetië. Of op een kade waar de vaporetto’s, de openbare waterbussen,  en de vele vrachtbootjes en watertaxi’s voorbij komen.

Campo, olieverf 80 cm-70 cm
Campo, olieverf 80 cm-70 cm
Ricercatore, olieverf 80 cm-70 cm
Ricercatore, olieverf 80 cm-70 cm

Ik heb in de loop der jaren heel wat Venetiëschilderijen gemaakt. Elke Venetiaan zal daarin La Serenissima herkennen maar de weergegeven plekken nooit kunnen vinden. Die bestaan namelijk alleen in mijn gedroomde Venetië, het Venetië dat al schilderend in mijn atelier langzaam op het doek te voorschijn komt.

Mezzobuio, olierverf 80 cm-90 cm
Mezzobuio, olierverf 80 cm-90 cm
Nebbia a Venezia, olieverf 65 cm-45 cm
Nebbia a Venezia, olieverf 65 cm-45 cm

Nog heel lang hoop ik terug te kunnen komen naar één van de mooiste steden van de wereld. Zo niet de mooiste! Tot volgende week.

TOOS

12 Keer op rij erbij en 12 keer in de top


KvhJ01

Het zal zo’n veertien jaar geleden zijn dat hij die lumineuze inval kreeg. De inval? “We gaan een verkiezing organiseren voor de Nederlandse Kunstenaar van het Jaar, buiten alle gebaande kunstwegen, alle kunstsubsidiekanalen en alle kunstinstituties om, gewoon een fris kunstgeluid waarbij iedereen zich betrokken kan voelen”. Die hij? David Polak, de man die nu, veertien jaar later, eigenlijk zelf een kunstinstituut heeft gevormd.

KvhJ02Met die jaarlijkse verkiezing en de daarmee samenhangende  Kunstweek altijd aan het begin van november als leidraad. Met een reeks kunstbeurzen door het hele land voor zowel professionele als amateurkunstenaars die daarmee via een eigen bijdrage een podium krijgen voor hun werk. Met de zogenaamde C-kaart waarmee je korting krijgt op allerlei cultuuruitingen in het hele land. Verder is er een serie boeken “Beeldende kunst in Nederland” en “Jaarboek Kunstenaars” ontstaan. Zoals ook de club Vriend van Stichting Kunstweek en een club van partners en sponsors waardoor dat alles zonder gemeentelijke en rijkssubsidies kan draaien. Of de Nationale Associatie voor Beeldend Kunstenaars NABK die zich inzet voor de beeldende kunst in het algemeen. En wie weet vergeet ik nog een en ander.

Dat had David Polak zelf vast niet verwacht toen in 2003 ergens in een zaaltje in Utrecht de eerste verkiezing van die Kunstenaar van het Jaar nog wat rommelig verliep. Ik weet dat want ik was erbij als een van de genomineerden. De oude Cobra-coryfee Corneille, speciaal daarvoor overgekomen uit Parijs, werd toen de eerste van de reeks Kunstenaars van het Jaar.

Waarom ik dit alles nu ophaal? Omdat de nieuwe verkiezing op de traditionele datum van 1 juli weer is los gebarsten. Op http://www.kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2017/ronde2/  kan weer gestemd worden op de 90 genomineerde kunstenaars. En zoek je alfabetisch op achternaam bij de H, dan kom je mij daar ook weer tegen.

KvhJ03

Want ik zit er nu, in 2016, opnieuw bij als genomineerde. Nog steeds zou ik eigenlijk beter kunnen zeggen. Want sinds 2005 heeft mijn naam niet ontbroken op de lijst van kunstenaars die door een panel van rond de 100 Nederlandse kunstkenners wordt samengesteld. Zij mogen allemaal maximaal 20 kunstenaars aandragen en dan gaat ’t er maar om welke namen het meest worden genoemd.

Nu is het aan het publiek om tot half september via internetstemmen  een groep van de 20 populairste kunstenaars door te laten gaan naar de volgende ronde. Dank zij de liefhebbers van mijn werk zat ik daar tot nu toe ook steeds bij. Al 12 keer dus. Niet onaardig toch? Als daarna dat kunstpanel weer aan bod komt om uit die overgeblevenen de laatste acht aan te wijzen voor de publieke slotronde zit mijn naam er nooit meer tussen. Dat leed zal ik moeten dragen! Voor die allerlaatste groep heb ik dus blijkbaar niet genoeg draagvlak binnen het panel. Maar hoe dan ook werd ik door de publieksstemmen toch maar mooi de Briljanten Kunstenaar 2016. Dat is zij of hij die in de uiteindelijke volgorde als eerste 65-plusser daarvoor in aanmerking komt.

KvhJ04

Dat ik er opnieuw bij zit, streelt mijn kunstenaarsego natuurlijk best wel. Want van de reeks Kunstenaars van het Jaar zijn er al 5 niet meer terug te vinden onder de genomineerden van nu. Bij Corneille overigens wel logisch. Want die is dood. En van bijvoorbeeld de 90 genomineerden in 2009 is maar de helft over in de nu gepubliceerde lijst. Aan doorstroming dus geen gebrek. Dat ik daar verkeer tussen heel veel zeer gerenommeerde kunstenaars stemt me beslist tevreden. Ga maar na. De wereldberoemde Marlene Dumas, het vroegere enfant terrible Jan Cremer, de onbetaalbare stillevenschilder Henk Helmantel, de als een komeet opgekomen beeldhouwer Folkert de Jong, de ook voor IKEA werkende en overbekende design-ster Hella Jongerius, society-schilder Ans Markus, de over de hele wereld werkende fotograaf Erwin Olaf, de op dit moment nogal controversiële ontwerper Daan Roosegaarde en herman de vries die zijn naam zonder hoofdletters schrijft en in 2015 Nederland vertegenwoordigde op de Biënnale van Venetië. Interessant stel bij elkaar dus.

Maar nu allemaal stemmen. Ook op mijn website www.toosvanholstein.nl heb ik op de Nederlandse openingspagina een link aangebracht die direct naar de stemlijst voert. Tot volgende week.

TOOS

Heel veel naakte curatoren in Venetië


het Arsenale terrein in Venetië
het Arsenale terrein in Venetië

Alweer een flink aantal jaren geleden begon het Venetiaanse Biënnaleterrein, de Giardini, helemaal uit zijn voegen te barsten. De organisatie  deed toen een gouden greep. Het Arsenale werd bij de expositie betrokken. Dat magische stuk van Venetië waar in de Middeleeuwen het eerste industriële complex ontstond. Een voor die tijd gigantisch, afgesloten en met grote geheimzinnigheid omgeven terrein dat alleen toegankelijk was voor de botenbouwers van de Venetiaanse vloot. De militaire en handelsvloot die destijds de Middellandse Zee beheerste en de basis vormde van het Dogenrijk. Over dat Arsenale is, ook in kunstopzicht,heel veel  te vertellen. Maar dat komt nog wel eens een keer. Nu eerst, al lijkt dat een onlogische link, naar Hans Christian Andersen.

impressie van een deel van het Arsenale in lege toestand
impressie van een deel van het Arsenale in lege toestand

Inderdaad, de schrijver van het sprookje “De nieuwe kleren van de keizer”. Die keizer die zich door bedriegers nieuwe kleren laat aanmeten,  gemaakt van zulke prachtige, edele stoffen dat alleen mensen van een hoog ontwikkeld niveau, zoals hij dus, die gewaden kunnen waarnemen en op juiste waarde weten te schatten. Een instinker van jewelste want hij loopt dus in zijn blootje maar niemand, ook hovelingen en ministers niet, durft dat te zeggen. Tot bij een keizerlijke optocht op straat een jongetje uitroept dat de heerser in zijn blootje loopt. Pas daarna durft iedereen, niet meer bang als onderontwikkeld minkukel te worden gezien, in die waarneming mee te gaan.

Ik moest regelmatig aan dat verhaal denken bij mijn bezoek aan het Arsenale. Zie hier dus de logische link. De keizer is daarbij dan wel vervangen door de kunstcurator. Het slag kunstheersers dat de laatste decennia steeds belangrijker is geworden in het bepalen van de nieuwste ontwikkelingen in de hedendaagse kunst. In de avantgarde zeg maar. Elke twee jaar heeft de Biënnale zo’n nieuwe kunstkeizer. Dit keer Okwui Enwezor, die het Biënnalethema “All the World’s Futures” verzon. Op grond van dat thema heeft hij een groot deel van het Arsenale terrein naar eigen kunstbevinden ingericht. Kort samengevat vindt hij dat onze aardse samenleving op dit moment één grote chaos is en dat kunstenaars daarin maar eens hun politieke statement moeten maken. Dat wil dan natuurlijk zeggen , de kunstenaars die hij ziet zitten. Ik ben er niet blij van geworden. Je weet van te voren dat je geen “kunst voor boven de bank” moet verwachten. Maar dit?

begin van de expo in het Arsenale
begin van de expo in het Arsenale

Het begint met heel veel zwaarden en sabels die op een esthetische manier gegroepeerd in de grond gestoken staan. Vervolgens bundels van cirkel en kettingzagen die, met zwarte pek overgoten, aan het plafond hangen. Nou, oké, als installatie niet onaardig. Daarna volgden, afgezien van af en toe een hoogtepunt of puntje, heel veel dark rooms met zogenaamde kunstvideo’s, meestal met een politieke boodschap. Video’s die blijkbaar kunst zijn vanwege het vage en schokkerige beeld.  Echt vreselijk af en toe. Van de vele die ik er zag, waren er zo weinig goed  dat je voor het tellen genoeg had aan de hand van een timmerman die door zijn werk vingers heeft verloren. Er waren dus maar enkele kunstenaars die geen filmopleiding meer nodig hadden. Of die misschien juist wel hadden gehad. Eigenlijk zeer verbazingwekkend als je weet hoe lang video in kunstland al is geaccepteerd als medium. ’t Is natuurlijk vloeken in de kunstkerk om te beweren dat je al heel veel kunt leren over het vak door goed te kijken naar een paar Hollywoodfilms. Maar voor de meeste van die videokunstenaars zou het eigenlijk verplicht moeten worden gesteld. En trouwens, wat moet ik bij de kunst met films die eigenlijk alleen maar gewone documentaires zijn?

vervolg van de expo
vervolg van de expo

Zoals gezegd was er, in mijn ogen dan, beslist ook goeie kunst te bewonderen. Ik heb wat foto’s tussendoor gestrooid. Van mooie installaties en zelfs ook nog schilderijen.

arsenale 05

arsenale 06

indrukwekkende schilderijen van de 77 jarige Baselitz, hoezo "All the World's Futures"?
indrukwekkende schilderijen van de 77 jarige Baselitz, hoezo “All the World’s Futures”?
beeld in paviljoen van Argentinië
beeld in paviljoen van Argentinië

Want schilderen? Nee, daar doen we in de avantgarde eigenlijk niet meer aan. Dat is zo passé! Nee, dan hangen we in verband met de vluchtelingenproblematiek liever krantenpagina’s en slechte foto’s daarover op. Ik neig er door deze Biënnale toe te beweren dat kunst vooral slechter wordt, uitzonderingen daargelaten, als kunstenaars zo nodig aan politiek moeten gaan doen.

Want niet alleen Okwui Enwezor vind ik zo’n curator in zijn nieuwe naakte kleren, ook diverse landencuratoren in het Arsenale verdienen beslist een nominatie. En dan mag je tegenwoordig nog blij zijn als zo’n curator niet in veel grotere, vettere letters en ook nog boven jou als kunstenaar op de affiches staat.  Ik vraag me echt af hoe ’t in de kunstwereld verder gaat als dit soort curatoren de macht houdt. Mijn mening is dat er heel veel kleine jongetjes nodig zijn die allemaal heel hard roepen dat de keizer in z’n nakie loopt. En dan maar hopen dat er daarna een nieuw realiteitsbesef ontstaat. Ook onder de kunstcritici en journalisten.

arsenale 09

arsenale 10

deel van Italiaanse paviljoen
deel van Italiaanse paviljoen
deel van Italiaanse paviljoen
deel van Italiaanse paviljoen

Interessant vind ik nog een paar cijfers.  Van de veel meer dan 20 miljoen toeristen die Venetië jaarlijks bezoeken, gingen er in 2013 ongeveer 450.000 naar de toenmalige Biënnale. Daarbij zij aangetekend dat die ongeveer een half jaar duurt. Bij de Late Rembrandt in het Rijksmuseum waren er meer dan een half miljoen in drie maanden. Geen slechte score dus voor directeur Wim Pijbes met zo’n oude meester! Tot volgende week.

TOOS

De katten van San Lorenzo


“Hé, de katten zijn verdwenen”. Blijkbaar ontstond er ineens weer mentale ruimte voor die constatering in mijn brein. Ik was lichamelijk en geestelijk zo geconcentreerd bezig geweest mijn kunststukken te transporteren van de boot in het kanaal bij de Campo San Lorenzo naar de Sala del Portale op die campo dat ik mijn omgeving helemaal had weggedrukt.

de transportboot aan de Campo San Lorenzo
de transportboot aan de Campo San Lorenzo

De beroemde katten van de Campo San Lorenzo waren verdwenen! Samen met het houten poezenpaleis waarin ze huisden en dat al jaren het Venetiaanse klimaat had doorstaan. Een bouwsel dat eerst tegen het front van de eeuwenoude Iglesia San Lorenzo stond maar bij mijn bezoek aan Venetië in 2013 verplaatst bleek naar de linkerhoek van de campo. Met als oorzaak de beroemde Biënnale van Venetië. Al sinds mensenheugenis stond die kerk, een van de oudste in de toch al zo oude Dogenstad,  vervallen en gesloten te zijn. In de beroemde boekenreeks van Donna Leon over de Venetiaanse Commissario Brunetti vraagt hij zich zelfs regelmatig af of die kerk ooit nog tijdens zijn leven weer open zal gaan. Ook die katten brengt Donna Leon af en toe zijdelings ter sprake. En Brunetti heeft op dat alles goed zicht vanuit zijn kamer in de Questura. Die bevindt zich namelijk recht tegenover de kerk met alleen de Rio di San Lorenzo en het plein ertussen. Die rio dus waar ik samen met vrienden de transportboot aan het uitladen was.

de oude plaats van het kattebouwsel links achterin
de oude plaats van het kattebouwsel links achterin
de nieuwe plaats in 2013 links onderaan de kerktrap
de nieuwe plaats in 2013 links onderaan de kerktrap
Mexicaanse kunst in 2013 in de San Lorenzo
Mexicaanse kunst in 2013 in de San Lorenzo

Maar in 2013 stond er ineens een kerkdeur open. Met daarnaast een groot bord dat aangaf dat binnen het kunstpaviljoen van Mexico was te vinden. ’t Bleek dat de staat Mexico met de stad Venetië een contract had gesloten om een deel van het interieur te restaureren. Als tegenprestatie mocht de kerk dan voor de komende jaren als paviljoen gebruikt worden. Voor de kunstbiënnale in de oneven jaren en voor de, minder beroemde, architectuurbiënnale in de even jaren.

Dus liep ik in 2013 zomaar onverwacht in een geopende San Lorenzo. Van de kunst was ik niet zo onder de indruk, van de kerk des te meer. Een prachtig koor in combinatie met ruige vervallenheid en nog openliggende vloeren. Kijk naar mijn schilderijen en je begrijpt waarom mij dat zo aansprak. Overigens is daar in 1324 nog ergens Marco Polo begraven. Maar tijdens een verbouwing in de 16de eeuw heeft men het zicht op zijn begraafplek verloren. Of hij daar nog steeds ergens ligt? Aangenomen wordt van wel.

het inwendige van de San Lorenzo in 2013
het inwendige van de San Lorenzo in 2013

Vanwege Mexico dus moesten de katten een aantal meters verhuizen. Maar ze gedroegen zich op de nieuwe plek nog net zo autonoom als katten altijd al doen. Ze namen je wel waar vanuit hun eigen appartementje maar voor de rest kon je gewoon het dak op. Zolang dat het dak van hun condominium dan maar niet was natuurlijk. Dat dak reikte tot bijna een raam waar een doek je de inkijk belemmerde. Laat dat nu net een raam zijn van die Sala del Portale waarheen ik mijn kunst, nu in 2015, heen moest dragen. En waarbij ik me dus plotseling realiseerde dat die katten er niet meer waren. Dat vroeg natuurlijk om nader onderzoek. Het bleek dat de vrouw die jaren lang voor die beestjes had gezorgd en werkte in het verzorgingstehuis naast de Sala daar weg was. Blijkbaar had niemand haar vrijwillige poezenverzorgingstaak overgenomen. Ook kwam me nog een ander verhaal ter ore. Waarschijnlijk een broodje aap verhaal, maar toch! Want het viel me dit jaar wel op, na twee jaar afwezigheid in La Serenissima,dat ik nauwelijks meer katten zag. Terwijl je die anders toch in veelvuldigheid tegenkwam. Iemand vertelde me dat dit door de Chinezen komt. Die eten graag kattenvlees en in Venetië zie je inderdaad wel steeds meer Chinezen in winkeltjes werken. Broodje aap, of beter gezegd, broodje kat verhaal? Geen idee!

op weg naar expositie in de Sala del Portale links achterin
op weg naar expositie in de Sala del Portale links achterin

Wel waren er voor mijn gevoel nu veel meer honden. Mode? Zou kunnen. Vaak zelfs twee of drie per uitlater of laatster. Van die buikschuivers op veel te korte pootjes tot Golden Retrievers toe. En dat in een stad die nauwelijks openbaar groen kent. Het gevolg laat zich natuurlijk raden. Veel van die door schoenen langwerpig uitgesmeerde strontvlekken op straat. Met bij de vorming ervan ongetwijfeld de bijbehorende instantane hondenvervloekingen van de slachtoffers die onbedoeld in het bezit raakten van anders gekleurde en anders ruikende schoenzolen. En er zijn per definitie heel veel wandelaars in Venetië. Dat alles ondanks het feit dat ik ook heel wat keurige hondeneigenaren met papiertjes of plastic zakjes in de weer heb gezien. Wat ze er daarna mee deden? Ik weet ’t niet zeker,  maar in Venetië is er bijna altijd wel een kanaal onder handbereik.

typische "Venetiëhonden"
typische “Venetiëhonden”

Overigens heb ik zelf ook nog een hond aan het Venetiaanse arsenaal toegevoegd. Die bewaakt de tentoonstelling. Maar ik weet zeker dat Little Cerberus zich keurig gedraagt.

Oh ja, en de kerk is weer dicht. Het paviljoen van Mexico zit nu, na een paar jaar, ergens anders. Hoe ’t dan zit met dat contract? Dit is natuurlijk wel Italië. Tot volgende week.

TOOS    

San Lorenzo revisited


Campo San Lorenzo in Venetië
Campo San Lorenzo in Venetië

November afgelopen jaar kreeg ik een mailtje uit Venetië. Van ene Efthalia Rentetzi. Nooit van gehoord, volstrekt onbekend. Of ik belangstelling had om in 2015 in de lente mee te doen met een tentoonstelling in de San Lorenzo. Tijdens de beroemde kunstbiënnale van Venetië dus. Want die wordt altijd georganiseerd in de oneven jaren van mei tot november. Mijn lief en ik keken elkaar aan. San Lorenzo …? Was dat niet die ruïneuze kerk waar we in 2013 hadden rondgelopen tijdens ons bezoek aan de Biënnale toen? Die kerk die voor een deel was gerestaureerd door de staat Mexico? Opdat ze daar hun eigen kunstpaviljoen konden inrichten tijdens die Biënnale? Die kerk die we bij voorgaande Venetië expedities altijd links hadden laten liggen. Toch altijd gesloten. Die kerk die we van naam al eerder hadden leren kennen uit de heerlijke serie detectives van schrijfster Donna Leon met de Venetiaanse Inspettore Brunetti als hoofdpersoon? Want vroeg Inspettore Brunetti zich niet regelmatig af of die kerk aan de andere kant van het canale tegenover de Questura niet ten eeuwigen dage gesloten zou blijven? Geen geld, bureaucratie, regels, veel te veel kerken in Venetië, of stomweg onwil en geen belangstelling, zo vroeg hij zich dan af? Voor Venetiëliefhebbers is die serie trouwens een absolute aanrader. je krijgt een heel interessante en kritische inkijk in de Venetiaanse en Italiaanse cultuur. Want denk niet dat Venetië en Italië zomaar over één kam zijn te scheren. Zowel maatschappelijk als bestuurlijk.  Maar dat is een heel ander verhaal.

de San Lorenzo, nog niet helemaal gerestaureerd dus
de San Lorenzo, nog niet helemaal gerestaureerd dus

Deze San Lorenzo dus, werd die bedoeld door bovengenoemde Efthalia Rentetzi? Inderdaad! Of, om preciezer te zijn, niet die kerk zelf maar de Sala del Portale. Want die kerk wordt, zoals we in 2013 dus toevallig hadden ontdekt, al gebruikt voor de Mexicaanse kunstpromotie. Maar die Sala del Portale maakt wel onderdeel uit van het totale kerkcomplex, gelegen aan de Campo San Lorenzo. Het plein dat ik toen, in 2013, ook nog op de foto zette. Over toeval gesproken!

De uitnodiging voor deelname aan die expositie heb ik natuurlijk aanvaard. Lang, lang geleden, in de jaren 90, heb ik namelijk al eens een paar keer geëxposeerd in de Dogenstad. En dat waren prachtige ervaringen. De eigenaar van galerie Percorsi d’Arte overleed echter plotseling en daarmee was het kunstcontact verloren. Dat heb ik altijd heel jammer gevonden. Maar nu was er dus weer een nieuwe kans.

deel van het San Lorenzo complex
deel van het San Lorenzo complex
affiche van de expositie
affiche van de expositie

Sinds die mail van november vorig jaar is er dan ook heel wat gebeurd. Efthalia is beslist geen onbekende meer, zij ’t dat ik haar nog steeds niet in levende lijve heb ontmoet. Maar dat gaat volgende maand gebeuren. Dan opent op vrijdag 15 mei de expositie  “Differences on Identity: Artistic perspectives” waarvan zij curator is. Met daarin mijn bijdrage. Samen met die van vooral vrouwelijke kunstenaars uit Ierland, IJsland, Noorwegen, Australië en de USA. Eén man is erbij. Nou, vooruit, dat mag.

Schriftelijk hebben Efthalia en ik elkaar in ieder geval al aardig leren kennen. Want zo’n voorbereiding met alles erop en eraan kost heel wat tijd en heel wat mailtjes. Over de kunst. Over de afstemming met de andere kunstenaars. Over de opbouwmiddelen met wat wel en niet kan in een historische zaal die monumentenbescherming geniet. Denk maar niet dat ik daar zomaar een spijker in de muur mag slaan!En over zoiets puur Venetiaans als het transport. Want je kunt wel vol goede moed met de auto volgeladen met kunst naar Venetië rijden, maar dan? Er zijn daar twee soorten vervoermiddelen, de benenwagen voor jezelf en de boot voor de rest. Dat maakt die stad aan de ene kant heel bijzonder en aantrekkelijk, maar aan de andere kant juist heel ingewikkeld. Alle transport gaat over het water volgens een streng reglement . Alleen met bedrijven die daarvoor een vergunning hebben. Dat betekent dus de auto uitladen aan een kade vlak bij de oude stad, de kunst overladen op de boot, tuf-tuf richting het canale bij de Campo San Lorenzo, daar weer uitladen en dan alles met steekkarretjes of met de hand versjouwen naar de Sala del Portale.

een van de vele transportboten in Venetië
een van de vele transportboten in Venetië

Maar dat moet van te voren wel allemaal geregeld worden. Die transportboten liggen niet zomaar zonder afspraak op je te wachten. Hoe dan ook, bijna alles lijkt nu voor elkaar. Op naar Venetië in mei. En hier tot volgende week.

TOOS.