Tagarchief: Biënnale van Venetië

Piketty, de superrijken en de kunst deel 2


in Venetië, Palazzo Grassi 2017, lees hieronder

Honderdduizend dollar per nacht voor een hotelsuite met moderne kunst en design. In gokstad Las Vegas. Volstrekte waanzin! Dat en de aanwezigheid zeer onlangs in Amsterdam van economische superstar Thomas Piketty bracht bij mij een reeks associaties op gang. Van Amsterdamse hotels met kunst naar de Biënnale van Venetië, Damien Hirst en Las Vegas.

Een paar weken geleden schreef ik al over Piketty, zijn nieuwe boek ‘Kapitaal en Ideologie’ en kunstaankopen voor belachelijk vele miljoenen door een buitenproportioneel rijk groepje verzamelaars. Nu was Piketty zeer onlangs in onze hoofdstad voor interviews in verband met het verschijnen van de Nederlandse vertaling van zijn boek.

Toen ik daarover las, vroeg ik me gelijk af in welk hotel hij zou verblijven. En hoe duur dat hotel dan zou zijn. En of dat zo’n hotel zou zijn dat zich sterk op de kaart zet met kunst en design. Want daarmee scoor je tegenwoordig heel goed bij gasten die zonder enig probleem zo vierhonderd euro voor een nachtje in een ‘eenvoudige’ kamer neerleggen maar daarbij toch nog wel iets speciaals willen ervaren. Zoals bijvoorbeeld in het ‘five star luxury lifestyle’ Andaz Hotel aan de Prinsengracht.

Andaz Hotel, Amsterdam

Moderne kunst en design in overvloed daar. Voor een ietsje meer, €900, heb je er trouwens een heel leuke suite. Ook het Pulitzer, aan dezelfde gracht, is in die categorie niet te versmaden. Daar hangen vast geen goedkope affiches van Van Gogh op de kamers.

Pulitzer Hotel, Amsterdam

Die in mijn ogen al belachelijke kamerprijzen zijn trouwens niet meer dan een heel klein fooitje vergeleken met de kosten van die suite in het Palms Casino Resort in Las Vegas. Die van de $100.000 uit het begin.

vuurwerk op en om het Palms Casino Resort bij de opening in 2019

Maar nu moet ik eerst een sprongetje terugmaken in de tijd. Naar de Biënnale van Venetië in 2017. Eén van de grote verrassingen daar was, en dat echt niet alleen voor mij, een uitgebreide expositie van Damien Hirst op twee locaties. Het Palazzo Grassi en de Punta della Dogana. Beide eigendom van zo’n superrijke kunstverzamelaar, François Pinault. Eigenaar van Gucci, Samsonite, veilinghuis Christie’s en nog zo wat van die leuke dingetjes.

De Britse Damien Hirst, rijkste kunstenaar van nu en ooit bekend geworden met zijn haaien op sterk water, had in Venetië alles uit de kast gehaald met wat je rustig een fake-expositie kunt noemen. ‘Treasures from the Wreck of the Unbelievable’. Met zogenaamd boven water gehaalde kunstschatten uit een in de eerste eeuw voor de kust van de Indische Oceaan gezonken schip. Gewoon fake want alles wat er werd getoond was net in de jaren voor 2017 gecreëerd. Ik heb er destijds nog een bewonderend blog aan gewijd. Lees maar https://wp.me/p1I3dP-VO. Hier nog even een paar foto’s.

zo’n haai op sterk water waar Damien Hirst wereldberoemd mee werd
het Palazzo Grassi in Venetië
foto’s van het gigantisch grote beeld in de hal van Palazzo Grassi
een ander beeld in de Punta della Dogana

Dat gigantisch grote beeld in de hal van het Palazzo Grassi, lijkend op brons maar gegoten van kunststof, heeft nu een plek gekregen in Las Vegas. Bij het zwembad van dat Palms Casino Resort.

het grote beeld nu in het Palms Casino Resort, Las Vegas

Maar daarbij is ’t niet gebleven. Hirst mocht zich helemaal uitleven op een suite voor de superrijken. Maar welke gek betaalt er in godsnaam $100.000 voor een hotelnachtje. Dat doe je alleen als geld geen enkele betekenis meer voor je heeft. Als ’t een volstrekt abstract begrip is geworden. Als je volledig bent losgezongen van de aardse werkelijkheid. Als je niet meer beseft dat met dat geld heel veel belangrijkere zaken voor de mensheid kunnen worden bewerkstelligd. Hier nog wat foto’s van dat hotel.

delen van de suite ontworpen door Damien Hirst

ach, nog wat stukjes haai over
de gang naar het casinodeel van het hotel

Dat Hirst er nog wat haaien op sterk water tegenaan gooit? Ach, hij moet ten slotte ook leven! En als dat nog steeds wordt gepikt, waarom niet? En dat de gang naar het casino er een beetje leuk uit moet zien? Logisch toch? Want de gasten dienen er natuurlijk wel in de juiste stemming binnen te komen. Maar dat er iets in onze wereld moet veranderen, staat voor mij buiten kijf. Als je de samenvattingen over het boek van Piketty leest, die 1200 pagina’s zijn me toch een tikje teveel, scoort hij heel wat punten. Tot volgende week.

TOOS

Maak ’t groot en maak ’t veel, dan wordt ’t KUNST


Weer terug naar Venetië na vorige week als plotsklapse noodzakelijke onderbreking het melden van mijn nominatie voor de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar. Nu dus toch die Biennale di Venezia. Elk oneven jaar voor mij als kunstenaar een onverbiddelijke must. Niet omdat alles wat daar onder de noemer kunst wordt gepresenteerd nou zo overweldigend  is.  Maar gewoon om op de hoogte te blijven van zowel het goede en slechte als het ridicule en te genieten van de ambiance van die unieke stad. Want reken maar dat je tegen zogenaamd kunstzinnige uitingen aanloopt  waar ik voor mezelf heel grote vraagtekens bij zet. Wat bijvoorbeeld te denken van die koe hieronder?

Die draait de hele dag rondjes op z’n railtje. Uitgezocht en geautoriseerd door de hoofdcurator van de Biennale die voor dit soort kunstuitingen  twee jaar lang de hele wereld over reist. ‘Wat moet ik hiermee’, denk ik dan.  Zeker als ik het bijbehorende verhaal na twee keer lezen ook nog steeds niet begrijp. Zoals een vriend dat een aantal jaren geleden eens heel mooi uitdrukte, ‘hier ben ik geestelijk nog niet aan toe’. Je kunt ’t natuurlijk ook gewoon ‘kunstkul’ noemen. En reken maar dat je dat veel tegenkomt. Naast echt prachtige zaken. Zoals bijvoorbeeld in het officiële Russische paviljoen op de Giardini, het park en heilige kunstplek waar in 1895 de 1ste Biennale di Venezia startte.

Kom ik daar zomaar ineens een hele installatie tegen gewijd aan Rembrandts beroemde schilderij ‘De terugkeer van de verloren zoon’ dat hangt in de Hermitage in Sint-Petersburg. Een in het duister gehuld geheimzinnig en intrigerend geheel waarover ik in de Nederlandse pers niets had gelezen. Ook dat is voor mij dan weer onbegrijpelijk in een jaar waarin je bij ons onmogelijk om alle Rembrandt-manifestaties heen kunt.

Waar je op de biënnale in ieder geval ook niet omheen kunt is het ‘groot en veel’. Levensgezel formuleerde dat lang geleden zo: ‘maak ’t groot en maak ’t veel, dan wordt het vanzelf KUNST’. Kunst met hoofdletters dus. Voorbeeldje. Zet in een grote ruimte een ouwe, lege melkfles neer en iedereen denkt dat iemand die fles is vergeten. Zet er een paar duizend neer, maak er een liefst wat ingewikkeld en onbegrijpelijk verhaal met veel dure woorden bij en ’t is ineens een kunstinstallatie. Of zet een pop van een baby neer en men denkt ‘het zal wel’. Maak diezelfde pop 6 meter hoog en iedereen staat vol bewondering te kijken. Want dan is het indrukwekkend. Van dat mechanisme wordt in de kunst veel gebruik gemaakt. Ook weer op de biënnale nu. Kijk maar.

Zet je een zo’n ding neer, dan is ’t niks. Maar een heleboel in strakke rijen zoals op onze tulpenvelden? Dan kom je in een landenpaviljoen op de Giardini.  Nog een aantal variaties hierop? Vooruit.

Bij de laatste foto, gemaakt in het Arsenale (het tweede grote expositieterrein), probeerde ik even zo’n zwart geval op te rapen en te bekijken. Oeps, foutje! Er was gelijk iemand bij die vertelde dat alles precies zo moest blijven liggen als het lag. Nou, vooruit dan maar, dan maar geen vingerafdruk achterlaten op de Biennale!

Je kunt natuurlijk ook een hoop losse motorpakken in het Arsenale draperen over balken en trappen.

Hier ook nog wat voorbeelden van ‘maak het groot, dan wordt ’t kunst’.

Overigens kan dat heel goed werken en een bijzonder indruk achterlaten zonder geforceerd over te komen. Zoals in de kerk San Giorgio Maggiore waar elke biënnale wel iets bijzonders is te zien.

Of dit op een afgelegen gedeelte van het Arsenale.

Wat dan naar mijn mening weer niet kan worden gezegd van deze installatie in de grote, te restaureren San Lorenzo kerk waar ik 4 jaar geleden exposeerde.

Komende keer nog meer Biennale, met ook echt mooie en intrigerende kunst en een snuf politieke correctheid. Tot volgende week.

TOOS

De verkiezing voor de Kunstenaar van het Jaar 2020 is losgebarsten!


Die foto hierboven met een brede glimlach heeft een heel duidelijke, vrolijke verklaring. Want was ik van plan hier deze week nog wat meer over Venetië en de Biënnale te schrijven, haalt de heel prettige actualiteit me in. In mijn achterhoofd wist ik ’t eigenlijk wel, maar in die architectonische wonderstad was ’t echt tot in een zeer verre uithoek van mijn grijze cellen weggedrukt. Wat? De verkiezing van de Kunstenaar van het Jaar. Die start namelijk altijd op 1 juli. Met als uiteindelijk resultaat de bekendmaking van de winnaar begin november. Zij of hij mag zich dan de Kunstenaar van het Jaar 2020 noemen.

 Ik heb er voorgaande jaren al wel vaker over geschreven. Omdat het door de jaren heen geleidelijk aan veranderend kunstpanel mij elke keer opnieuw weer gunstig is gezind met een nominatie. Zo ook nu. Toch mooi van die zo’n 100 museumdirecteuren, conservatoren, docenten kunstgeschiedenis, kunsthistorici,kunstrecensenten en verzamelaars.

Dus zit ik opnieuw in de groep van 90 genomineerde kunstenaars. Met daaronder natuurlijk niet de minsten. Even een greepje. Marlene Dumas, tegenwoordig miljoenen waard. Jeroen Krabbé, jazekers, die heeft de kunstacademie gedaan. Erwin Olaf, de beroemde fotograaf die net een expositie in het Haags Gemeentemuseum afsloot en een nieuwe opende in het Rijksmuseum. Daan Roosegaarde, de regelmatig omstreden kunstenaardesigner die nu een tentoonstelling heeft in het Groninger Museum. herman de vries, ja, zo wil hij zelf zijn naam geschreven hebben, die wat jaartjes geleden het Nederlands paviljoen bij de Biënnale in Venetië tot zijn beschikking had. En daar mag ik, alfabetisch, zomaar weer tussen staan.

Logisch toch dat ik Venetië even voor een weekje opschuif en iedereen graag wil wijzen op die verkiezing: https://kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2020/ronde2/? Of je op mij zou willen stemmen ga ik natuurlijk niet vragen. Maar dat ik ’t op prijs stel, ligt vanzelfsprekend wel een ietsiepietsie voor de hand. ’t Zou sowieso al heel leuk zijn als ik in deze ronde kan doordringen tot bij de laatste 25 kunstenaars die dan weer door de mallemolen van het kunstpanel gaan. De komende paar maanden is in ieder geval de keus aan het kunstliefhebbende publiek.

En voor die nieuwe Venetiaanse avonturen?

En deze Venetiaanse foto? Volgende week de oplossing.

Tot volgende week.

TOOS

Venetië, altijd een feessie!


Venice by night
gondelfile bij de Brug der Zuchten, niet doen, zoiets

Als ik vertel dat ik Venetië altijd een feest vind om heen te gaan, krijg ik vaak de reactie ‘maar Toos, dat is een soort Disneyland geworden, daar loopt ’t toch over van de toeristen ‘. Klopt. Zo’30 miljoen per jaar. En dat gaan er vast nog meer worden. Maar toch! Als je de stad kent, en dat doe ik na vele bezoeken zo langzamerhand wel, valt ’t heel erg mee. Gewoon de Venetiaanse varianten van de Amsterdamse Dam en Kalverstraat mijden en zie daar, rust! Want al die dagjestoeristen, 80% van het totaal, willen alleen maar naar de Rialtobrug en het San Marcoplein. Want dan hebben ze Venetië gezien. Denken ze. Ik ben vorige week, toen ik in La Serenissima, de Allerdoorluchtigste, verkeerde dan ook niet één enkele keer op dat plein met al die schijtduiven geweest.

buiten de Kalverstraat

Nee , ik kwam voor de wereldberoemde Kunstbiënnale van Venetië. Die heeft twee kernterreinen. De oude Giardini met heel veel landenpaviljoens en het Arsenale. Het uit de middeleeuwen stammende industrieterrein met zijn indrukwekkende gigantisch lange en hoge hangars. En weet je hoeveel bezoekers daar komen in de Biënnale periode van mei tot november? Ongeveer een half miljoen! In het veel kleinere Rijksmuseum komen er meer. Maar daarover een andere keer. Nu gewoon eerst  ‘mijn’ Venetië, waar ik in de loop der tijden drie keer heb geëxposeerd.

Daardoor maak ik elke keer ook een vaste gang naar het restaurant Aciugetha. Afkomstig van acciuga, Italiaans voor anchovis. Ergens in de jaren 90 aten we daar met een stel kunstenaars na een opening en heb ik een aquarelletje gemaakt voor de eigenaar. Dus moet ik toch regelmatig even controleren of mijn kunstwerk er nog aanwezig is. En ja hoor, ’t hangt er nog steeds. Zelfs op een officiële foto van hun website kon ik het ontdekken. Daar laat ik mijn kunstenaarsego toch graag door strelen.

het plein waaraan het restaurant Aciugheta
bij mijn aquarel daar

Het woord kunst  zou je trouwens wel als een synoniem kunnen zien voor Venetië. Afgezien van de moderne biënnale en alle andere eeuwenoude kunstschatten  is de stad al kunst van zichzelf. Die je dan al wandelend of varend tot je kunt nemen. Want lopen zul je! Geen auto’s, geen brommers, geen fietsen. Alleen de benenwagen en de vaporetto, de waterbus. Heerlijk gewoon. Daar horen natuurlijk ook terrassen bij. En dan niet die aan de Kalverstraat maar gewoon in de wijken waar de echte Venetianen wonen. Zoekt en gij zult vinden.

aan het tekenen op zo’n rustig terras
op een Venetiaans feest tussen de Venetianen met een Venetiaanse vriendin, curator Efthalia Rentetzi
de kade van Giudecca

Dan geniet je daar van je spritz in relatieve rust, want ’t blijven vanzelfsprekend wel italianen waar je tussen zit. Dit keer zaten we veel op Giudecca, een wijk en eiland even buiten alle drukte. Op een terras met het kanaalwater klotsend tegen de kade bij je voeten en een heerlijk uitzicht. Tussen de Italiaanse bambino’s en bambina’s met bijbehorende moeders en grootmoeders. Met de arbeiders die er einde middag hun aperitief komen halen. En de enkele  erheen gedwaalde toeristen. Leven als God in Venetië!

het Canal Grande, gezien vanuit een van de prachtige paleizen
ook het huisvuil moet vanuit Venetië per boot vervoerd worden
zo’n prachtig verweerde muur in Venetië
een zaal in een van de vele prachtige paleizen
hoezo geen rustige plekjes in Venetië?

Oh ja, en die spritz die tegenwoordig zo heel erg in is, overal in Europa, schijnt dus echt uit Venetië te komen. We ontdekten dat drankje daar al weer heel wat jaren geleden. Heerlijk: voor ons 1/3 prosecco, 1/3 bruisend mineraal water en 1/3 Campari. Want met dat wat bittere laatste is ie veel lekkerder dan met die zoetige Aperol. Proost! En tot volgende week.

TOOS

La Serenissima


Hierbij nog weer een van mijn serie speciale zomerblogs. ’t Is ten slotte augustus en nog steeds vakantie dus een versnellinkje lager mag best. Gewoon wat makkelijker. Één foto erin van een schilderij van mij met een daarop geïnspireerde tekst. Een praatje bij een plaatje zogezegd.

Toos van Holstein, Nebbia a Venezia, olieverf 65-45 cm

Vorige week schreef ik ’t nog. De stad, oud of modern, fascineert me altijd. Maar als er één oude stad is waarvoor dat geldt, is ’t wel Venetië. Een week Venetië is voor mij altijd een feest. En dat gebeurt meestal in de oneven jaren. Als de wereldberoemde kunstbiënnale daar weer bezit neemt van het bijbehorende expositieterrein, van het oude industriële Arsenale en van allerlei palazzi. Volgend jaar ben ik dus wel weer van de partij. Maar eens kijken of het er opnieuw drukker is geworden met al die horden toeristen die de stad het hele jaar lang overstromen. Want de stad zelf mag dan af en toe te lijden hebben van de aqua alta, de te hoge waterstand waarbij het water bezit neemt van bepaalde pleinen en straten, de toeristengolven spoelen er het hele jaar doorheen. Maar dan vooral in de Venetiaanse Kalverstraat, de wirwar van aan elkaar geschakelde straten en straatjes die het treinstation via de Ponte di Rialto verbindt met het Piazza San Marco. Want daar moeten en zullen alle dagtoeristen natuurlijk heen. Gelukkig, zou ik bijna zeggen! Want daardoor zijn er ook nog grote delen in de stad waar het veel rustiger is. Daar verkeer ik dan ook het liefst. Daar komen die eeuwenoude sfeer en schoonheid van La Serenissima nog steeds heel goed tot hun recht. Dan voelt ’t nog steeds als een voorrecht in die stad te kunnen ronddwalen en verdwalen en te genieten van al het moois dat de mens daar aan architectuur heeft gecreëerd. En loop je een kerk binnen, dan sta je eigenlijk altijd gelijk oog in oog met de prachtigste kunst van oude Italiaanse meesters. Echt genieten.

Dat is het ook als de dagtoeristen zijn verdwenen en de nacht over Venetië valt. Pure, feeërieke schoonheid. Net zoals bij de af en toe binnenvallende nevel. Vandaar bovenstaand schilderij Nebbia a Venezia. Mist in Venetië. Tot volgende week.

TOOS 

Over de godfather van de Nederlandse kunstTV


in het Stedelijk Museum Schiedam

Nog net op de valreep kon ik een poosje geleden in Schiedam herinneringen van heel lang geleden verenigen met het heden. Herinneringen aan lange, fladderende armen en handen met heel bewegelijke en trillende vingers. Voor ’t eerst live waargenomen toen ik als 17-jarige student  rondstapte op de academie in Tilburg. Van de lessen kunstbeschouwing die via die armen en handen tot me kwamen, weet ik eerlijk gezegd niet veel meer. Maar wat wil je ook: zeventien, vrijheid, de academie! Dan zijn er wel andere zaken die je leven op dat moment bepalen. Maar dat ze toebehoorden aan Pierre Janssen die toen directeur was van de academie in Rotterdam, dat weet ik natuurlijk nog wel.

Want wie uit die jaren 60 en 70 zou nou niet weten wie Pierre Janssen (1926-2007) was. Vraag ’t maar. ‘Pierre Janssen? Oh ja, natuurlijk! Wat was die man goed, hè!’. De man dus die met zijn tv-programma ‘Kunstgrepen’ in die jaren op zondagavond met gemak een paar miljoen kijkers trok. Simpelweg door heel enthousiast op een unieke manier over kunst te vertellen.

de opnamestudio van Kunstgrepen

Oké, er waren natuurlijk nog maar twee landelijke tv-zenders in die tijd, de commerciëlen moesten nog heel lang op hun verwekking wachten . Maar toch! Meer dan honderd uitzendingen in de periode van 1959 tot 1972 over kunst. Met kijkers die hij, zoals dat heet, aan de buis gekluisterd hield. Dan ben je een verhalend natuurtalent, een mediafenomeen, een geweldige kunstverteller.

nagebouwde studio bij de expositie in Schiedam

Nu in 2017, tien jaar na zijn dood, zijn er twee exposities aan hem gewijd. In Museum Arnhem waar hij jarenlang directeur was  en in het Stedelijk Museum Schiedam waar hij zijn bestuurlijke kunstcarrière startte als conservator en inbrenger van allerlei nieuwe, originele ideeën. Ideeën om publiek aan te zuigen en ook de plaatselijke bevolking veel meer bij ‘hun’ museum te betrekken. De expositie in Schiedam kon ik dus gelukkig nog net op de valreep bekijken. Zie hieronder een video erover https://youtu.be/tdrcx9ml-cU . Die in Arnhem loopt nog tot half oktober.

Natuurlijk zijn er nu ook goeie kunstprogramma’s op tv. Jeroen Krabbé, niet alleen acteur maar ook beeldend kunstenaar, ging op reis om in twee documentaireseries enthousiast te vertellen over, eerst, Van Gogh en daarna Picasso. En een ander lid van de Krabbé-kunstdynastie, Jasper, is nu bezig met ‘Het geheim van de meester’. Het populaire ‘Tussen Kunst en Kitsch’ is al jaren niet van de tv weg te slaan. En ook ‘Kunstuur’ hebben we nog. Maar Pierre Janssen met dat lange, slungelachtige, magere lichaam en dito karakteristieke hoofd is nog nooit verslagen. Die zou, denk ik, ook vandaag de dag nog steeds heel veel mensen aan de buis kluisteren. Want ga maar na wat hij toen, zonder alle visuele hulpmiddelen van nu, als decor had. Een vrijwel kale ruimte met een tafel en een stoel. Nog wat verlichting, een kunstvoorwerp en vooral zichzelf als meesterverteller. Eigenlijk wel logisch dat hij de eerste gast was in het programma ‘Zomergasten’ van de VPRO toen dat in 1988 startte.

Van al die ‘Kunstgrepen’ is jammer genoeg maar heel weinig bewaard gebleven. Ik vond op YouTube nog een fragment van een paar minuten over de opgraving van het graf van Toetanchamon in de Vallei der Koningen in Egypte https://youtu.be/0mJtS8BGxr8  .

Want bewaren toen? Dat moest op film. En dat was duur. Dus dat deed men niet.

Overigens werd Pierre Janssen niet door iedereen op handen gedragen. Je had destijds ook de Stichting Openbaar Kunstbezit die o.a. via een tijdschrift, speciale afbeeldingen op papier, radio en later ook televisieprogramma’s de kunst educatief onder de mensen wilde brengen. Daar konden ze Pierre Janssen blijkbaar wel schieten. Hij was, met hun woorden, een conferencier, een handelsreiziger, een populistische goochelaar die de kunst te grabbel gooide en hij ontheiligde de kunst door die tot bezit van de straat te maken. Nou, geef mij dan voor nu maar snel nog een paar van die Pierre Janssen’s. Gewoon om zonder kunstklets en kunstkul maar met heel veel persoonlijk enthousiasme en grondige kennis niet alleen oude maar ook hedendaagse kunst tot bezit van de straat te maken.

Pierre janssen wist een grote hoeveelheid werk van Karel Appel voor het Schiedamse museum te verkrijgen

Want bij die hedendaagse kunst zit naast grote hoeveelheden gebakken lucht ook veel interessants. Ik heb dat de afgelopen dagen weer meegemaakt in Venetië bij de Biënnale daar. Heel veel kul, maar ook de nodige parels. Als die nieuwe ervaringen allemaal bezonken zijn, komt het resultaat over een poosje hier wel te voorschijn. Tot volgende week.

TOOS

Venetië, mijn Droomstad


Riva, olieverf 100 cm-90 cm
Riva, olieverf 100 cm-90 cm

Ik verkeer al een paar weken onder de internetradarhorizon en dat zal ook nog een paar weken zo blijven. Dat komt wel eens meer voor, dan ben ik er dus gewoon even niet. Maar trouwe lezers hebben ’t al gemerkt, ik laat ze niet in de steek. Hier dus nog weer zo’n van te voren klaar gezette aflevering. Iets korter en iets anders van karakter dan normaal. Dit keer over Venetië.

La dolce far niente, olieverf 100 cm-120 cm
La dolce far niente, olieverf 100 cm-120 cm

Bij mijn eerste bezoek aan La Serenissima, de meest serene,  was ik gelijk verliefd op die stad. En u, heel veel jaren later, is dat nog steeds zo. Elke keer als ik er terugkom zuig ik de stad weer opnieuw in me op, elke keer is weer fascinerend. Dit oneven jaar 2017 gaat dat ook weer gebeuren. Want in de oneven jaren is er altijd de Biënnale. Een kunstgebeurtenis die ik eigenlijk niet mag missen en die altijd een goed excuus is om weer naar Venetië te gaan. Om weer te kunnen zien hoe dicht schoonheid en verval bij elkaar liggen. Om weer te verdwalen in tegen het water doodlopende steegjes. Om ’s avonds te dwalen door de volkswijken als de horden dagjesmensen zijn verdwenen. Om ergens rond vijven op een terras plaats te nemen met een spritz in de hand. Aan een plein zonder auto’s en brommers want die heb je niet in Venetië. Of op een kade waar de vaporetto’s, de openbare waterbussen,  en de vele vrachtbootjes en watertaxi’s voorbij komen.

Campo, olieverf 80 cm-70 cm
Campo, olieverf 80 cm-70 cm
Ricercatore, olieverf 80 cm-70 cm
Ricercatore, olieverf 80 cm-70 cm

Ik heb in de loop der jaren heel wat Venetiëschilderijen gemaakt. Elke Venetiaan zal daarin La Serenissima herkennen maar de weergegeven plekken nooit kunnen vinden. Die bestaan namelijk alleen in mijn gedroomde Venetië, het Venetië dat al schilderend in mijn atelier langzaam op het doek te voorschijn komt.

Mezzobuio, olierverf 80 cm-90 cm
Mezzobuio, olierverf 80 cm-90 cm
Nebbia a Venezia, olieverf 65 cm-45 cm
Nebbia a Venezia, olieverf 65 cm-45 cm

Nog heel lang hoop ik terug te kunnen komen naar één van de mooiste steden van de wereld. Zo niet de mooiste! Tot volgende week.

TOOS